Of je nou wel of niet op de VGBC 2025 ben geweest. Op deze pagina vind je alle belangrijke informatie voor therapeuten:
– Prijswinnaars
– Antwoorden Quiz
– Samenvatting lezing GLP1 injecties vs. ECS systeem
– Download: protocol & handout slides
Of je nou wel of niet op de VGBC 2025 ben geweest. Op deze pagina vind je alle belangrijke informatie voor therapeuten:
– Prijswinnaars
– Antwoorden Quiz
– Samenvatting lezing GLP1 injecties vs. ECS systeem
– Download: protocol & handout slides
Of je nou wel of niet op de VGBC 2025 ben geweest. Op deze pagina vind je alle belangrijke informatie voor therapeuten:
– Prijswinnaars
– Antwoorden Quiz
– Samenvatting lezing GLP1 injecties vs. ECS systeem
– Download: protocol & handout slides
Wat een enthousiasme tijdens onze quiz op het Voedingsgeneeskunde Congres! Tientallen therapeuten testten hun kennis over fulvinezuur, silicium, thymoquinone, caryofylleen en meer.
Hiernaast vind je de top 10 van de dag. De eerste prijswinnaar ontvangt een waardebon van €200,-, de nummers 2 t/m 5 krijgen een bon van €75,-, en de plekken 6 t/m 10 ontvangen een gratis flesje silicium t.w.v. €33,75. Alle winnaars hebben wij inmiddels persoonlijk bericht.
Benieuwd naar de antwoorden en toelichtingen? Lees ze hieronder!

Klik hieronder op de vraag om het antwoord te lezen.
A – Selenium: Selenium heeft belangrijke anti oxidatieve functies, maar het blokkeert de opname van aluminium niet specifiek. Silicium doet dat wél door binding aan aluminiumionen.
✅ Juiste antwoord: B – Silicium (juiste antwoord)
Silicium kan aluminiumionen binden en voorkomt zo dat deze worden opgenomen in het lichaam. Dit chelerende effect is relevant in het kader van neurotoxiciteit, waar aluminium een rol kan spelen in degeneratieve processen.
Verdieping voor therapeuten:
Silicium is één van de weinige nutriënten met een bewezen natuurlijke chelatiecapaciteit voor aluminium. Silicium speelt een sleutelrol in de binding en uitscheiding van aluminium uit het lichaam. Aluminium lijkt qua structuur op silicium en vormt daarmee makkelijk verbindingen. In de juiste vorm kan silicium aluminium omzetten in een oplosbare verbinding (HAS), die veilig via de urine wordt uitgescheiden. Zonder voldoende goed opneembare silicium stapelt aluminium zich op in weefsels, waaronder het bindweefsel en de hersenen.
A – Schildklier en bijnieren: Deze klieren zijn vooral afhankelijk van jodium, selenium, B-vitaminen en vitamine C. Silicium is niet primair betrokken bij hun functie.
✅ B – Bindweefsel, botten, huid en haar (juiste antwoord)
Silicium is essentieel voor collageensynthese en botmineralisatie. Het speelt een rol in huidstructuur, haargroei en nagelsterkte.
Verdieping voor therapeuten:
Silicium bindt aan glycosaminoglycanen (GAG’s), belangrijke componenten in de extracellulaire matrix. Het speelt een rol in de cross-linking tussen collageen en proteoglycanen, wat zorgt voor stevigheid van het bindweefsel. Daarnaast kan silicium de prolylhydroxylase-activiteit in osteoblasten stimuleren, een enzym essentieel voor collageensynthese. Dit leidt tot verhoogde productie van collageen type I en ondersteunt botvorming en botregeneratie.
✅ A – Thymoquinone (Juiste antwoord)
Thymoquinone is de belangrijkste bioactieve component in de etherische olie van Nigella sativa met antioxiderende en ontstekingsremmende eigenschappen.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25829334/
–B – Flavonoïden: Hoewel aanwezig in veel planten, zijn flavonoïden niet de dominante werkzame stof van zwarte komijn. Thymoquinone is dat wel.
Verdieping voor therapeuten:
Thymoquinone (TQ) is het krachtigste actieve bestanddeel in Nigella sativa (zwarte komijnzaad) en wordt al eeuwenlang medicinaal ingezet. Moderne wetenschap onderbouwt nu de veelzijdige werking van TQ, met name op het gebied van ontsteking, oxidatieve stress, insulineresistentie en hormoonbalans.
Belangrijke inzichten voor therapeuten:
Antioxidatief: verhoogt endogene antioxidanten (SOD, glutathion) en vangt vrije radicalen
Ontstekingsremmend: remt o.a. NF-κB en COX-2
Immuunmodulerend: versterkt Th1, remt overactieve Th2/Th17-respons
Antimicrobieel: remt pathogene bacteriën (zoals H. pylori, S. aureus) en schimmels (Candida albicans)
Lipidenverlagend: verlaagt totaalcholesterol, LDL en triglyceriden, verhoogt HDL
Insuline-sensitiserend: verbetert HOMA-IR, verlaagt nuchtere insuline en glucose
Leverbeschermend: vermindert leververvetting en verbetert leverenzymwaarden
A – Verhoogt serotonine en ijzeropname: Dit effect is niet prominent of goed onderbouwd voor thymoquinone. De stof is vooral bekend om immuunregulatie en celbescherming.
✅ B – Immunomodulerend en ondersteunt mitofagie (Juiste antwoord)
Thymoquinone moduleert het immuunsysteem en activeert mitofagie via AMPK en Nrf2 paden.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8225153/
Verdieping voor therapeuten:
AMPK activatie: stimuleert energiehuishouding en zet aan tot celreparatie en afbraak van beschadigde mitochondriën (mitofagie).
Nrf2 activatie: zorgt voor verhoogde aanmaak van endogene antioxidanten zoals glutathion en SOD, wat leidt tot minder oxidatieve schade.
✅ A – Cortisol en insuline (Juiste antwoord)
Cortisol en insuline bevorderen vetopslag, vooral in de buikstreek, onder invloed van stress en bloedsuiker.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3079864/
B – Progesteron en adrenaline: Deze hebben wel invloed, maar zijn niet hoofdverantwoordelijk voor vetopslag. Progesteron is meer betrokken bij voortplanting, adrenaline bij acute stress.
Verdieping voor therapeuten:
Cortisol (via HPA-as): verhoogt lipogenese in buikvet en verlaagt insulinegevoeligheid.
Insuline: activeert lipogenese (vetopslag) in de lever en remt lipolyse (vetverbranding).
✅ A – De dunne darm
GLP-1 wordt uitgescheiden door L-cellen in de dunne darm en speelt een rol bij glucose-regulatie.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28385801/
B – Het vetweefsel: Vetweefsel produceert hormonen zoals leptine, maar niet GLP-1. Dit incretine-hormoon komt uit darmcellen.
Verdieping voor therapeuten:
GLP-1 stimuleert insulinesecretie en remt glucagonafgifte → lagere bloedglucose.
Vertraagt de maaglediging en vermindert eetlust via werking op de hypothalamus.
A – Co-enzym Q10: CoQ10 is belangrijk voor mitochondriale energieproductie, maar stimuleert testosteronproductie niet direct zoals fulvinezuur dat doet via betere opname van mineralen.
✅ B – Fulvinezuur (Juiste antwoord)
Fulvinezuur kan mineralenopname en mitochondriale functie ondersteunen, wat indirect invloed kan hebben op testosteronproductie.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10713336/
Verdieping voor therapeuten:
Fulvinezuur vergroot de biologische beschikbaarheid van mineralen zoals zink en magnesium, beide essentieel voor testosteronproductie. Daarnaast ondersteunt het de mitochondriale functie, wat bijdraagt aan de energievoorziening die nodig is voor steroïdhormoonsynthese.
Wat is fulvinezuur?
Fulvinezuur is een laagmoleculaire fractie van humus, ontstaan uit miljoenen jaren oude plantenresten. Het komt van nature voor in humusrijk gesteente en moerassen, en vormt een complex van bioactieve organische zuren met unieke eigenschappen. Fulvinezuur wordt in de natuurgeneeskunde steeds vaker gezien als een systeemregulator vanwege zijn chelatievermogen, elektrochemische activiteit en selectieve transportfunctie.
✅ A – Ja (Juiste antwoord)
Fulvinezuur werkt als een natuurlijk chelaatmiddel dat zware metalen kan binden en de uitscheiding bevordert.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25782055/
B – Nee: Dit is incorrect; fulvinezuur heeft een chelerende werking en kan daardoor zware metalen binden en afvoeren.
Werkingsmechanisme:
Dankzij het lage molecuulgewicht en zijn elektrische lading kan fulvinezuur metalen binden in het maagdarmkanaal. Deze bindingen worden vervolgens uitgescheiden via urine of ontlasting, waardoor de metaalbelasting in het lichaam afneemt.
Fulvinezuur staat bekend om zijn uitzonderlijke vermogen om zware metalen te binden en op een veilige manier uit het lichaam te helpen verwijderen. Dankzij zijn lage molecuulgewicht, hoge biologische beschikbaarheid en unieke structuur met vrije zuurstofgroepen en negatieve lading, kan fulvinezuur zich selectief hechten aan positief geladen metalenionen zoals lood (Pb), kwik (Hg), cadmium (Cd), aluminium (Al) en arsenicum (As).
Wat fulvinezuur onderscheidt van synthetische chelatoren (zoals EDTA), is dat het niet alleen toxines mobiliseert, maar ook beschermt tegen redistributie in het lichaam. Fulvinezuur vormt een stabiel complex met het metaal en begeleidt dit via nieren en urinewegen naar buiten, zonder dat het onderweg schade aanricht of opnieuw opgeslagen wordt in weefsels.
Chelatie: Fulvinezuur bindt zich aan vrije metaalionen via zijn carbonzuur- en hydroxylgroepen.
Stabilisatie: Het vormt een oplosbaar, niet-toxisch complex dat de bloedbaan niet opnieuw belast.
Uitscheiding: Het complex wordt via de urine of gal uitgescheiden, afhankelijk van het type metaal.
Selectieve binding: Het onderscheidt toxische metalen van essentiële mineralen (zoals zink of magnesium), waardoor er minder kans is op nutriëntendepletie.
Klein genoeg om intracellulair te werken: Fulvinezuur dringt door tot in de cel en kan daar opgeslagen metalen mobiliseren.
Herstelt mineralenbalans: Omdat het zelf rijk is aan organisch gebonden mineralen, draagt het ook bij aan re-mineralisatie na detox.
✅ A – Zeewaterconcentraat (juiste antwoord)
Zeewater bevat elektrolyten en sporenelementen in verhoudingen die vergelijkbaar zijn met bloedplasma.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30626086/
B – Spirulina: Spirulina is rijk aan nutriënten, maar heeft niet dezelfde elektrolytenverhoudingen als bloedplasma. Zeewater wel.
Verdieping therapeuten:
De Franse fysioloog René Quinton (1866–1925) was een pionier in het onderzoek naar de minerale samenstelling van zeewater. Zijn beroemdste ontdekking? Dat zeewater mits afkomstig uit de juiste diepten en vortexrijke zones, qua elektrolyten en sporenelementen vrijwel identiek is aan menselijk bloedplasma. Zowel qua samenstelling als qua ionische verhoudingen vertoont het opmerkelijke gelijkenissen met de extracellulaire vloeistof van ons lichaam.
In zijn werk “L’eau de mer, milieu organique” (1904) beschreef Quinton dat dezelfde 92 mineralen en sporenelementen die we in ons lichaam aantreffen, ook in oceaanwater voorkomen in nagenoeg dezelfde verhouding en in volledig ionische, biologisch beschikbare vorm. Hij paste verdund, gefilterd zeewater (Quinton Plasma) zelfs therapeutisch toe bij uitgedroogde of ernstig verzwakte patiënten, met succes.
Quinton werkte met ernstig zieke, terminaal verklaarde honden. Deze dieren vertoonden extreme zwakte, uitputting en systemisch falen. In plaats van euthanasie besloot hij hen te behandelen met isotoon gemaakt zeewater (0,9%), intraveneus toegediend.
Resultaat: de honden herstelden zichtbaar, kregen hun eetlust terug, begonnen weer te bewegen en herwonnen levenslust – iets wat met conventionele middelen toen niet mogelijk was.
→ Dit experiment was revolutionair: het toonde aan dat verdund oceaanwater als fysiologische vervanger van bloedplasma kon functioneren bij celuitputting of systemisch falen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) werd Quinton’s zeewatertherapie daadwerkelijk ingezet aan het front. Soldaten die verzwakt of uitgedroogd waren, of leden aan infecties en wonduitputting, kregen Quinton Plasma toegediend als vervanging voor bloedplasma of elektrolytoplossingen. Die in die tijd nog nauwelijks bestonden of niet beschikbaar waren.
A – Vanwege pH-waarde: De zuurgraad heeft invloed, maar de ionische vorm is cruciaal voor snelle opname via het darmslijmvlies.
✅ B – Ze zijn ionisch (Juiste antwoord)
Ionische mineralen zijn elektrisch geladen en worden daardoor gemakkelijker geabsorbeerd in het spijsverteringskanaal.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5372979/
✅ A – Triphala (juiste antwoord)
Triphala is een traditionele mix van drie vruchten (Amalaki, Haritaki en Bibhitaki) gebruikt voor spijsvertering en detoxificatie.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5567597/
B – Kurkuma: Kurkuma is een enkel kruid en geen mix. Triphala is een bekende samengestelde formule binnen de Ayurveda.
Verdieping voor therapeuten
Triphala is een klassieke Ayurvedische formule die al duizenden jaren wordt ingezet als milde detoxer, darmtonicum en algemene vitaliteitsversterker. Het bestaat uit een synergetische combinatie van drie vruchten:
Amalaki (Emblica officinalis) – rijk aan vitamine C en polyfenolen
Bibhitaki (Terminalia bellirica) – bekend om zijn slijmoplossende en antimicrobiële werking
Haritaki (Terminalia chebula) – traditioneel ingezet als “rejuvenator” van weefsels en organen
Samen vormen ze een krachtige, doch zachte formule die het lichaam ondersteunt bij het reinigen, balanceren en regenereren van meerdere systemen tegelijk.
Milde darmreiniging zonder uitputting – stimuleert peristaltiek zonder afhankelijkheid of diarree
Herstel van darmflora en barrièrefunctie – werkt prebiotisch, ontstekingsremmend en antibacterieel
Antioxiderend & adaptogeen – beschermt tegen oxidatieve stress en ondersteunt herstel bij chronische vermoeidheid
Leverondersteunend – stimuleert galflow en hepatische detoxfases (fase I en II)
Glycemisch regulerend – verbetert insulinegevoeligheid en verlaagt nuchtere bloedsuikers
Immuunregulerend – versterkt de mucosale immuniteit en verlaagt ontstekingsmarkers
A – Vertraging van de hartslag: Dit is onjuist; adrenaline activeert het sympathisch zenuwstelsel en verhoogt hartslag en bloeddruk.
✅ B – Versnelling van de hartslag (Juiste antwoord)
Adrenaline stimuleert het sympathisch zenuwstelsel, wat leidt tot verhoogde hartslag en bloeddruk.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK482160/
✅ A – Spiermassa (juiste antwoord)
Spierweefsel verbruikt meer energie in rust dan vetweefsel, en bepaalt dus in sterke mate het basaal metabolisme.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18025815/
B – Slaapduur: Slaap is belangrijk, maar spiermassa bepaalt hoeveel energie je lichaam in rust verbruikt.
✅ A – Honger stimuleren
Ghreline wordt geproduceerd in de maag en stimuleert de eetlust via het centrale zenuwstelsel.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23832422/
B – Honger remmen: Dit is het effect van leptine. Ghreline is het ‘hongerhormoon’, stijgt voor maaltijden en stimuleert eetlust.
✅ A – ECS-systeem (Juiste antwoord)
Het ECS beïnvloedt de darmgezondheid en microbioomsamenstelling via CB-receptoren in het maag-darmkanaal.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7464540/
B – Schildklier-as: Deze beïnvloedt stofwisseling, maar heeft geen directe communicatie met het microbioom zoals het endocannabinoïdesysteem.
Werkingsmechanisme:
Het endocannabinoïdesysteem (ECS) blijkt niet alleen betrokken te zijn bij stemming, slaap en ontstekingen, maar heeft ook een directe link met de darmgezondheid. Recent onderzoek toont aan dat het ECS communiceert met het microbioom via specifieke receptoren in het maagdarmkanaal.
CB1- en CB2-receptoren bevinden zich in het darmepitheel en immuuncellen. Activatie van deze receptoren beïnvloedt de barrièrefunctie van de darmwand, ontstekingsreacties en motiliteit. Hierdoor heeft het ECS invloed op de samenstelling en diversiteit van het microbioom.
A – Reguleren eetlust: Dat is een functie, maar het ECS heeft een bredere, overkoepelende rol in het behouden van interne balans (homeostase).
✅ B – Behouden van homeostase (Juiste antwoord)
Het ECS reguleert interne balans, inclusief ontsteking, eetlust, stemming en immuunrespons.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28161690/
Verdieping therapeuten:
De primaire functie van het endocannabinoïdesysteem (ECS) is het behouden van homeostase: het interne evenwicht van het lichaam ondanks voortdurende externe en interne prikkels. Het ECS werkt als een regelsysteem dat bijstuurt waar disbalans dreigt, op cellulair, hormonaal, neurologisch en immunologisch niveau.
Het ECS werkt als een fijnmazig regelsysteem dat op celniveau ingrijpt om processen bij te sturen wanneer deze uit balans raken. Het beïnvloedt o.a.:
Zenuwstelsel: stemming, pijnmodulatie, geheugen, slaap
Immuunsysteem: ontstekingsreacties, auto-immuniteit, allergieën
Spijsvertering: darmperistaltiek, slijmvliesintegriteit, honger/verzadiging
Endocriene systeem: hormonale balans, stressas (HPA-as), schildklierfunctie
Celstofwisseling: energiebalans, vetzuurstofwisseling, glucosehuishouding
Het endorfinesysteem bestaat uit lichaamseigen opioïden zoals endorfine, dynorfine en enkefaline, die zich binden aan opioïdreceptoren en zorgen voor gevoelens van geluk, verbinding, pijnstilling en beloning. Net als het ECS speelt dit systeem een cruciale rol bij stressverwerking, motivatie en gedragsregulatie.
Wat blijkt uit onderzoek?
Endocannabinoïden en endorfinen beïnvloeden dezelfde hersengebieden: o.a. de hypothalamus, amygdala, nucleus accumbens (beloningssysteem)
Lichamelijke beweging activeert beide systemen tegelijk: runner’s high ontstaat door een synergie tussen endorfines én endocannabinoïden
Sociale binding, aanraking en lachen verhogen zowel endorfine als anandamide (een belangrijke endocannabinoïde)
📌 Als het ECS uit balans is (bijv. door chronische stress of ontsteking), raakt ook het endorfinesysteem verstoord. Dit kan zich uiten in:
Minder plezier ervaren
Snel overprikkeld raken
Emotionele schommelingen
Afhankelijkheid van externe prikkels (bijv. suikers, schermen of middelen)
Het ECS bestaat uit drie hoofdcomponenten:
Endocannabinoïden (zoals anandamide en 2-AG) – lichaamseigen signaalstoffen
Receptoren (CB1, CB2 en o.a. TRPV1, PPAR’s) – zitten verspreid door het hele lichaam
Enzymen – zorgen voor de afbraak en recycling van endocannabinoïden
Wanneer een cel uit balans raakt (bijv. door ontsteking, stress, weefselschade), produceert het lichaam lokaal endocannabinoïden die tijdelijk binden aan receptoren in de buurt om de balans te herstellen.
✅ A – Caryofylleen (Juiste anwoord)
Caryofylleen is een voedingscomponent die selectief bindt aan de CB2-receptor en ontstekingsremmend werkt.
🔗 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18574142/
B – Thymoquinone: Hoewel thymoquinone invloed heeft op ontsteking, activeert het niet specifiek CB2-receptoren zoals caryofylleen wel doet.
A – Toename pijnsensatie: CB2-activatie werkt juist ontstekingsremmend en pijnstillend. Het verlaagt de pijnsensatie.
✅ B – Versterking GABA-receptoren (Juiste antwoord)
Activatie van CB2-receptoren heeft invloed op neuroprotectieve mechanismen, waaronder modulatie van GABAerge transmissie.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6770351/
Verdieping voor therapeuten:
GABA (gamma-aminoboterzuur) is de belangrijkste inhiberende neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel. Bij GABA-resistentie reageren receptoren onvoldoende op GABA, wat leidt tot verhoogde prikkelbaarheid, onrust en slaapproblemen. Activatie van CB2-receptoren, o.a. door caryofylleen, blijkt de gevoeligheid van GABA-receptoren te verbeteren. Dit maakt CB2-agonisten interessant bij cliënten die onrustig zijn of moeite hebben met doorslapen – zeker als ze eerder benzodiazepines hebben gebruikt.
A – Nee: Er zijn geen aanwijzingen dat het gebruik onveilig zou zijn. Caryofylleen kan juist ondersteuning bieden, hoewel altijd onder begeleiding.
✅ B – Ja (Juiste antwoord)
Caryofylleen heeft anxiolytische en neuroprotectieve eigenschappen via CB2-activatie en beïnvloedt geen CB1, wat het veilig maakt bij psychofarmaca.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7339933/
Verdieping voor therapeuten:
Caryofylleen werkt uitsluitend via de CB2-receptor en heeft daarmee geen psychoactieve effecten zoals middelen die CB1 beïnvloeden. Het werkt ontstekingsremmend, angstregulerend en neuroprotectief. Omdat het de gevoeligheid van GABA-receptoren verhoogt en geen tolerantie of afhankelijkheid veroorzaakt, is het veilig te combineren met afbouwtrajecten.
✅ A – Via verlaging cortisol (Juiste antwoord)
Onderzoek toont aan dat caryofylleen via CB2-activatie ontstekingen en cortisolniveaus kan verlagen.
🔗 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7863084/
B – Via bloedsuikerspiegel: Hoewel de bloedsuikerspiegel indirect betrokken is, beïnvloedt caryofylleen primair het HPA-systeem dat cortisol reguleert.
Verdieping therapeuten:
Caryofylleen is een uniek fytocomponent dat selectief bindt aan de CB2-receptoren van het endocannabinoïdesysteem (ECS). Deze receptoren bevinden zich voornamelijk in immuuncellen, perifere weefsels en organen zoals de bijnieren. Het ECS – en met name de CB2-receptor – speelt een directe rol in het reguleren van de HPA-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier-as), het centrale regelsysteem dat de cortisolproductie aanstuurt.
Wanneer het lichaam onder stress staat, activeert de HPA-as de afgifte van:
CRH (hypothalamus)
ACTH (hypofyse)
Cortisol (bijnieren)
Caryofylleen:
Remt overactivatie van de HPA-as door CB2-receptoractivatie
Vermindert de afgifte van pro-inflammatoire cytokines die normaal de HPA-as aanzetten
Verlaagt de systemische cortisolspiegels bij langdurige stress (aangetoond in preklinische studies)
Ondersteunt negatieve feedback op de HPA-as, waardoor het systeem sneller terugschakelt naar rusttoestand
Injecties met GLP1-agonisten zoals Ozempic en Saxenda worden vaak ingezet bij overgewicht en bloedsuikerproblemen. Ze geven snel resultaat, maar missen het lange termijn effect op duurzame gezondheid.
Tijdens de workshop liet Monique zien hoe het ECS-systeem (endocannabinoïde systeem) een sleutelrol speelt in:
het behouden van die resultaten
het verbeteren van metabole flexibiliteit
het reguleren van stress, vetverbranding en bloedsuikerspiegel
Ze deelde praktische handvatten over de wisselwerking tussen het ECS, sirtuïne-genen en leefstijl — zodat jij als therapeut strategieën kunt inzetten die niet afhankelijk zijn van injecties.
📎 Download hier:

Na afloop van de lezing stroomde onze stand vol met therapeuten die vroegen om een concreet protocol. Monique is direct aan de slag gegaan met een therapeutisch document dat gebaseerd is op:
✅ Gewichtsbeheersing
✅ Bloedsuikerregulatie
✅ Herstel van metabole flexibiliteit
✅ Optimalisatie van het ECS, circadiaans ritme en stressregulatie
📎 Download het volledige protocol:

Het grootste deel van ons assortiment bevat therapeutische ingrediënten die uitleg en advies behoeven. Daarom zijn onze supplementen niet op elke hoek van de straat of webshop verkrijgbaar, maar exclusief via therapeuten en onszelf.
Inkopen: